Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, opgericht in maart 2019, heeft de onderneming van een vof overgenomen. De vof had recht op loonkostenvoordeel (LKV) voor enkele werknemers met een Wajong-uitkering en geldige doelgroepverklaringen. Na de omzetting heeft belanghebbende voor dezelfde werknemers LKV aangevraagd, maar de inspecteur heeft dit geweigerd omdat bij indiensttreding bij belanghebbende geen geldige doelgroepverklaringen waren verstrekt.
De rechtbank stelt vast dat door de rechtsvormwijziging de werknemers formeel uit dienst zijn getreden bij de vof en opnieuw in dienst zijn getreden bij belanghebbende, waardoor sprake is van een nieuwe werkgever. De Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) voorziet niet in een regeling die het recht op LKV bij overgang van onderneming behoudt. De rechtbank wijst het beroep ongegrond en erkent dat dit voor belanghebbende onredelijk kan lijken, maar benadrukt dat de wetgever bewust heeft gekozen voor deze regeling.
Daarnaast is het beroep op schending van het motiveringsbeginsel door de inspecteur verworpen. De inspecteur heeft per werknemer gemotiveerd toegelicht waarom het verzoek is afgewezen en verwezen naar relevante regelgeving. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat na rechtsvormwijziging sprake is van een nieuwe werkgever zonder recht op voortzetting van het loonkostenvoordeel.