ECLI:NL:RBZWB:2022:2597
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huurtoeslag 2018 en terugvordering wegens te hoog ontvangen toeslag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve vaststelling van haar huurtoeslag over 2018 door Belastingdienst/Toeslagen. De toeslag was aanvankelijk vastgesteld op € 2.816,-, later verhoogd naar € 2.858,- na bezwaar. Eiseres stelde dat een extra WAO-uitkering voor zorgdoeleinden buiten het toetsingsinkomen moest blijven.
De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst/Toeslagen terecht het verzamelinkomen van € 17.734,- heeft gehanteerd, verminderd met het wettelijk drempelbedrag van € 131,- voor specifieke zorgkosten. Dit is conform artikel 2b van het Besluit op de huurtoeslag en artikel 6.20 van de Wet inkomstenbelasting 2001, waarbij geen ruimte is voor maatwerk of belangenafweging.
Omdat eiseres meer huurtoeslag heeft ontvangen dan waarop zij recht had, dient zij het verschil terug te betalen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Belastingdienst/Toeslagen biedt een betalingsregeling aan op maat, waarbij na 24 maanden geen actieve invordering plaatsvindt, maar verrekening mogelijk blijft gedurende drie jaar.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het te veel ontvangen toeslagbedrag bevestigd.