Eiseres en haar echtgenoot hebben in december 2015 gehuwd en samen kinderopvangtoeslag aangevraagd. In 2020 woonde eiseres duurzaam gescheiden van haar echtgenoot, die niet werkte, niet studeerde en geen uitkering ontving. De Belastingdienst stopte de kinderopvangtoeslag per 1 januari 2020 omdat eiseres’ echtgenoot als toeslagpartner werd aangemerkt.
Eiseres voerde aan dat zij feitelijk alleenstaande ouder was en dat haar echtgenoot ten onrechte als toeslagpartner werd beschouwd, omdat zij nooit samenwoonden en duurzaam gescheiden leefden. De rechtbank overwoog dat volgens artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) een persoon pas niet langer als partner wordt aangemerkt indien er zowel een verzoek tot echtscheiding is ingediend als niet meer op hetzelfde adres wordt gewoond.
Omdat het echtscheidingsverzoek pas op 22 december 2020 werd ingediend, gold de toeslagpartnerstatus voor het gehele jaar 2020. Daarnaast voldeed de echtgenoot niet aan de voorwaarden voor kinderopvangtoeslag, omdat hij niet werkte, studeerde, een uitkering ontving of een re-integratietraject volgde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de stopzetting van de kinderopvangtoeslag per 1 januari 2020.