Op 24 juni 2021 heeft verdachte in Middelburg onder dreiging met een op een vuurwapen gelijkend balletjespistool €60 afgedwongen van een medewerkster van een kapsalon. Daarnaast had hij het nepwapen bij zich, wat valt onder verboden wapenbezit volgens de Wet wapens en munitie.
De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van de bekennende verklaring en het dossier. Verdachte heeft geen verweer gevoerd. Uit rapportages bleek dat verdachte een stoornis in cannabisgebruik had ten tijde van de feiten, wat mogelijk heeft bijgedragen aan het plegen van de strafbare feiten.
De rechtbank hield rekening met het strafblad van verdachte, zijn persoonlijke omstandigheden en de adviezen van psycholoog en reclassering. Gezien de ernst van de feiten en het recidiverisico legde de rechtbank een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, gekoppeld aan gedragsinterventies en toezicht door de reclassering.
De voorlopige hechtenis van verdachte was geschorst sinds 6 augustus 2021 en de rechtbank wees het verzoek tot opheffing van deze schorsing af, gelet op de positieve ontwikkelingen en het belang van verdachte om in vrijheid het hoger beroep af te wachten.