ECLI:NL:RBZWB:2022:2620

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 mei 2022
Publicatiedatum
13 mei 2022
Zaaknummer
C/02/394194 / HA RK 22-16
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • van Alphen
  • Sterk
  • Bosters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:298 BWArt. 2:299 BWArt. 2:297 BWArt. 2:302 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag bestuurders en bestuursverbod Stichting Mobiliteit voor Iedereen wegens taakverwaarlozing

Het openbaar ministerie verzocht de rechtbank om twee bestuurders van Stichting Mobiliteit voor Iedereen te ontslaan en een bestuursverbod op te leggen vanwege ernstige taakverwaarlozing en onttrekking van gelden aan de stichting.

De bestuurders betwistten de strafbare feiten, maar verzette zich niet tegen het ontslag en het bestuursverbod. Inmiddels waren nieuwe bestuurders benoemd, waardoor het verzoek tot benoeming van nieuwe bestuurders werd afgewezen.

De rechtbank oordeelde dat het voortduren van het bestuurderschap niet langer kon worden geduld en wees het verzoek tot ontslag en bestuursverbod toe. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de griffier werd opgedragen de wijzigingen in het handelsregister te verwerken.

Uitkomst: De rechtbank ontslaat de bestuurders en legt een bestuursverbod van vijf jaar op.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rekestnummer: C/02/394194 / HA RK 22-16
Beschikking van 12 mei 2022
in de zaak van
OPENBAAR MINISTERIE,
ARRONDISSEMENTSPARKET ZEELAND-WEST-BRABANT,
kantoorhoudende te Breda,
verzoeker,
namens deze mr. C. de Pagter, officier van justitie,
tegen

1.[naam verweerder] ,

wonende te Den Hout,
verweerder,
advocaat mr. S.P.H. Brinkman te Tilburg,
2.
[naam verweerster],
wonende te Den Hout,
verweerster,
advocaat mr. S.P.H. Brinkman te Tilburg,
3. de stichting
STICHTING MOBILITEIT VOOR IEDEREEN,
gevestigd te Made,
belanghebbende,
advocaat mr. H.J. Alberts te Tilburg.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift ex art. 2:298 en Pro 299 BW, ingekomen ter griffie op 28 januari 2022, met producties genummerd 1 tot en met 10,
- het verweerschrift aan de zijde van [naam verweerder] , ingekomen ter griffie op 6 mei 2022, met producties genummerd 1 en 2,
- het verweerschrift aan de zijde van [naam verweerster] , ingekomen ter griffie op 6 mei 2022, met producties genummerd 1 en 2,
- het e-mailbericht met bijlage namens de officier van justitie van 11 mei 2022 om 11:12 uur,
- het e-mailbericht met bijlagen van mr. Brinkman van 12 mei 2022 om 10:10 uur,
- het e-mailbericht van mr. Alberts van 12 mei 2022 om 11:43 uur.

2.Het verzoek

2.1.
Het openbaar ministerie (hierna: OM) verzoekt de rechtbank:
primair:
I. [naam verweerder] en [naam verweerster] te ontslaan als bestuurders van Stichting MVI op de voet van het in artikel 2:298 BW Pro bepaalde en de beschikking tot ontslag van [naam verweerder] en [naam verweerster] met bekwame spoed aan de Kamer van Koophandel aan te bieden;
II. een of meer door de rechtbank aan te wijzen persoon of personen te benoemen als bestuurder(s) van de Stichting MVI op de voet van het in artikel 2:299 BW Pro bepaalde;
subsidiair:
III. te voorzien in de ledige plaatsen in het bestuur op de voet van het in artikel 2:299 BW Pro bepaalde, met dien verstande dat er minimaal drie personen benoemd worden als bestuurders van Stichting MVI om een evenwichtig bestuur te vormen, en;
primair en subsidiair:
IV. ten aanzien van al het voorgaande de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
2.2.
Het OM legt – kort samengevat – het volgende aan het verzoek ten grondslag. Stichting MVI (hierna: de stichting), opgericht op 21 februari 2014, heeft ten doel eenzaamheidsbestrijding onder ouderen en kwetsbare groepen. Het doel van de stichting is het bevorderen van de mobiliteit van iedereen, waaronder begrepen met name ouderen, mindervaliden of mensen met een beperking en verder alles dat met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, in de ruimste zin van het woord. Het doel van de stichting wordt bereikt door binnen bestaande zorgstructuren op non-profitbasis gesponsorde zorgvervoermiddelen te exploiteren. De stichting kent alleen een bestuur, waarvan [naam verweerster] en/of [naam verweerder] telkens deel uitmaakten, vaak tegelijkertijd. Op 19 september 2020 heeft oud-bestuurder [naam] aangifte gedaan namens de stichting van verduistering van gelden door [naam verweerder] , waarna een strafrechtelijk onderzoek is gestart tegen onder meer [naam verweerder] en [naam verweerster] . De voorlopige bevindingen van dat onderzoek zijn zodanig ernstig dat het voortduren van het bestuurderschap van [naam verweerder] en [naam verweerster] in redelijkheid niet kan worden geduld. [naam verweerder] heeft op grote schaal gelden aan de stichting onttrokken en schulden laten ontstaan. Daarmee heeft hij zijn bestuurstaak ernstig verwaarloosd, althans vormt dit een gewichtige reden voor ontslag. Ook [naam verweerster] heeft zich schuldig gemaakt aan het onttrekken van gelden uit de stichting, waarbij zij de rekening van de stichting gebruikte als zij privé krap bij kas zat. Hoewel [naam verweerster] de door haar onttrokken gelden heeft terugbetaald, heeft zij haar bestuurstaak ernstig verwaarloosd, althans is er een gewichtige reden voor ontslag. [naam verweerster] was bovendien op de hoogte van de onttrekkingen door [naam verweerder] en heeft hem de hand boven het hoofd gehouden. De belangen van de stichting zijn hiermee grovelijk veronachtzaamd. Om die reden verzoekt het OM ontslag van zowel [naam verweerder] als [naam verweerster] .
3. Het verweer
3.1.
[naam verweerster] en [naam verweerder] betwisten uitdrukkelijk alle strafbare verwijten die het OM hen maakt en dat zij hun taak als bestuurslid ernstig hebben verwaarloosd. Zij verzetten zich echter niet tegen toewijzing van het verzoek tot ontslag en ook niet tegen het bestuursverbod. Zij stellen dat zij de afgelopen tijd bezig zijn geweest met het zoeken van nieuwe bestuursleden en dat zij daarin inmiddels ook zijn geslaagd. De nieuwe bestuursleden zullen per 12 mei 2022 worden benoemd en [naam verweerster] en [naam verweerder] zullen hun ontslag indienen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank stelt bij de beoordeling van voormelde verzoeken het volgende voorop.
Op grond van artikel 2:298 lid 1 BW Pro kan een bestuurder van een stichting
op verzoek van een belanghebbende of van het openbaar ministerie door de rechtbank worden ontslagen wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen, wegens ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van zijn bestuurderschap in redelijkheid niet kan worden geduld of wegens het niet of niet behoorlijk voldoen aan een door de voorzieningenrechter van de rechtbank ingevolge artikel 297 gegeven Pro bevel.
Artikel 2:298 lid 3 BW Pro bepaalt daarnaast dat een door de rechtbank ontslagen bestuurder gedurende vijf jaar na het ontslag geen bestuurder of commissaris van een stichting kan worden, tenzij de bestuurder mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt.
4.2.
Naar aanleiding van het verweer van [naam verweerder] en [naam verweerster] heeft het OM op 11 mei 2022, voorafgaand aan de mondelinge behandeling die was bepaald op 16 mei 2022, aan de rechtbank verzocht nog diezelfde dag een beschikking te wijzen, omdat zij geen belang meer heeft bij een beschikking als er inmiddels andere bestuurders zijn benoemd, terwijl het OM een bestuursverbod passend en geboden acht. Het OM heeft geen bezwaar tegen het benoemen van de door [naam verweerster] en [naam verweerder] genoemde personen tot nieuwe bestuurders van de stichting.
4.3.
In een reactie van [naam verweerder] en [naam verweerster] op 12 mei 2022 blijkt dat zij zich niet verzetten tegen een beschikking van heden, waarbij zij door de rechtbank worden ontslagen en dat zij ook geen bezwaar hebben tegen een bestuursverbod. De nieuwe bestuurders zijn met ingang van 11 mei 2022 benoemd, zodat het OM geen belang meer heeft bij het laten benoemen van nieuwe bestuurders.
4.4.
De stichting heeft op 12 mei 2022 aan de rechtbank bericht dat zij zich niet verzet tegen het ontslag van de huidige bestuurders, de heer [naam verweerder] en mevrouw [naam verweerster] als bedoeld in artikel 2:298 lid 1 BW Pro. Omdat per 11 mei 2022 nieuwe bestuurders zijn benoemd, is er geen sprake van een ledig bestuur. Het verzoek van het OM om te voorzien in de ledige plekken in het bestuur als bedoeld in artikel 2:290 BW Pro, dient om die reden te worden afgewezen.
4.5.
De rechtbank stelt vast dat, hoewel de door het OM gestelde feiten en de daaruit voortvloeiende taakverwaarlozing door [naam verweerder] en [naam verweerster] worden betwist, zij zich niet verzetten tegen het verzochte ontslag en het bestuursverbod. De rechtbank ziet dan ook voldoende aanleiding om het verzoek toe te wijzen.
Ten aanzien van het verzoek tot het benoemen van nieuwe bestuursleden stelt de rechtbank vast dat het OM daarbij geen belang meer heeft, nu inmiddels twee nieuwe bestuursleden zijn benoemd en het OM geen bezwaar heeft tegen deze nieuwe bestuursleden. Dit verzoek zal dan ook worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
ontslaat [naam verweerder] en [naam verweerster] als bestuurders van de stichting Stichting Mobiliteit voor Iedereen, statutair gevestigd te Oosterhout, kantoorhoudende te Made,
5.2.
verbiedt [naam verweerder] en [naam verweerster] voor de duur van vijf jaar om bestuurder of commissaris van een stichting te worden, met ingang van de datum van het ontslag,
5.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders verzochte af,
5.5.
draagt de griffier op om op de voet van artikel 2:302 BW Pro, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, zorg te dragen voor de inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel van deze ‘voorziening in het bestuur’ van de stichting Stichting Mobiliteit voor Iedereen, statutair gevestigd te Oosterhout, in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven onder KvK-nummer 670061561.
Deze beschikking is gegeven door mr. [voorletter] van Alphen, voorzitter, en mr. [voorletter] Sterk en mr. [voorletter] Bosters, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2022. [1]

Voetnoten

1.type: mvda