Uitspraak
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De beoordeling
,dat deze schenking en het saldo van voornoemde bankrekening ter hoogte van € 140.880,= in juni 2020, onder toepassing van het Nederlands recht, in de gemeenschap van goederen van partijen valt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen zijn gehuwd sinds 11 mei 2005 en hebben geen kinderen. Zij verzochten gezamenlijk de echtscheiding en afspraken over partneralimentatie en verdeling van gemeenschappelijke goederen. Hoewel voorafgaand aan de mondelinge behandeling werd gemeld dat volledige overeenstemming was bereikt, stelde de vrouw later dat dit niet het geval was en dat zij onder druk had ingestemd.
De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk een rechtsgeldige overeenkomst tot stand was gekomen, vastgelegd in een concept-echtscheidingsconvenant. De vrouw kon geen voldoende bewijs leveren voor wilsgebreken of benadeling van meer dan een kwart. De schenking van de moeder van de vrouw viel in de gemeenschap van goederen, evenals een deel van de schenkingen aan de man.
De rechtbank bepaalde dat de man de partneralimentatie van €1.500 per maand voor 18 maanden moet betalen en dat hij bevoegd is de echtelijke woning voor zes maanden te blijven bewonen. De verdeling van de gemeenschappelijke goederen vindt plaats conform het convenant. Het verzoek tot echtscheiding werd toegewezen en overige verzoeken werden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en bevestigt de overeenkomst over partneralimentatie en verdeling van gemeenschappelijke goederen.