ECLI:NL:RBZWB:2022:2679
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hoekwoning voor belastingjaar 2020
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn hoekwoning, vastgesteld op €201.000 voor het kalenderjaar 2020 met waardepeildatum 1 januari 2019. De heffingsambtenaar baseerde de waardering op een taxatierapport met vergelijkingsobjecten die qua bouwjaar, inhoud en ligging voldoende vergelijkbaar waren.
Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was vanwege de gedateerde staat van de woning, met name keuken en badkamer. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs was geleverd voor een lagere waarde, mede omdat de badkamer recent was vernieuwd en de keuken tijdens de bezwaarprocedure was vervangen. De heffingsambtenaar had bovendien aannemelijk gemaakt dat met verschillen tussen woningen rekening was gehouden.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast had voldaan en dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €201.000 wordt ongegrond verklaard.