ECLI:NL:RBZWB:2022:2688
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid rechtbank inzake beroep tegen dwangbevel belastinginvordering
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de betekening van een dwangbevel met betrekking tot gemeentelijke en waterschapsbelastingen. De rechtbank legt uit dat zij als fiscale bestuursrechter niet bevoegd is om inhoudelijk te oordelen over beslissingen van de invorderingsambtenaar op grond van de Invorderingswet 1990 en de Gemeentewet.
De beslissing tot betekening van het dwangbevel valt niet onder de uitzonderingen waarbij de bestuursrechter wel bevoegd is. Hierdoor kan geen beroep of bezwaar bij de bestuursrechter worden ingesteld tegen het dwangbevel zelf. Wel kan verzet worden aangetekend bij de civiele rechter tegen de tenuitvoerlegging.
De rechtbank is wel bevoegd om te oordelen over de kosten die in rekening zijn gebracht voor de betekening, maar eerst moet belanghebbende bezwaar maken bij de invorderingsambtenaar. De rechtbank draagt daarom op het beroepschrift door te zenden als bezwaar tegen de kosten. Het beroep wordt voor zover gericht tegen de kosten niet-ontvankelijk verklaard. Het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende terugbetaald.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor het beroep tegen het dwangbevel en niet-ontvankelijk voor het beroep tegen de betekeningskosten en draagt doorzending van het bezwaar tegen de kosten aan de invorderingsambtenaar op.