De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om een machtiging voor gesloten jeugdhulp te verlengen voor een duur van zes maanden voor een minderjarige met complexe problematiek. De minderjarige verblijft momenteel bij een instelling waar hij positieve ontwikkeling doormaakt en zijn doelen heeft bereikt.
De GI had aanvankelijk om zes maanden gevraagd, maar beperkte dit verzoek tijdens de zitting tot drie maanden. De minderjarige, zijn advocaat, moeder, stiefmoeder en de Raad voor de Kinderbescherming spraken zich uit tegen een langdurige gesloten plaatsing en benadrukten het belang van een spoedige overgang naar een open groep. De Raad steunde het verzoek van de GI, mits met de grootst mogelijke voortvarendheid een passende open plek wordt gevonden.
De kinderrechter constateerde dat de minderjarige zijn doelen in de gesloten setting heeft bereikt en dat een tijdelijke voortzetting van de gesloten plaatsing alleen gerechtvaardigd is om terugval te voorkomen. De machtiging is daarom verleend voor twee maanden met de nadruk op het vinden van een open groep binnen die termijn. Het resterende deel van het verzoek is afgewezen.