ECLI:NL:RBZWB:2022:2713
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na voortzetting Ziektewetuitkering
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin zijn Ziektewetuitkering per 18 januari 2020 werd beëindigd. Na instellen van het beroep verklaarde het UWV bij besluit van 8 maart 2022 de bezwaren gegrond en zette de uitkering voort. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoeker was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV in de proceskosten. De kosten voor rechtsbijstand werden vastgesteld op € 2.059,00 en de vergoeding voor de expertise van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige op € 2.039,08, wat de totale proceskostenvergoeding op € 4.098,08 bracht.
De rechtbank wees erop dat het griffierecht van € 48,00 door het UWV aan verzoeker dient te worden vergoed zonder dat een veroordeling daarvoor nodig is. De uitspraak werd gedaan door rechter L.P. Hertsig en openbaar gemaakt op 17 mei 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ter hoogte van € 4.098,08.