ECLI:NL:RBZWB:2022:2760
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd wegens parkeren
De heffingsambtenaar legde aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting op omdat tijdens controle op 9 september 2020 werd vastgesteld dat de auto zonder betaling van parkeerbelasting stil stond op een betaalde parkeerplaats in Breda.
Belanghebbende voerde aan dat hij niet parkeerde maar aan het keren was en dat het evenredigheidsbeginsel was geschonden. De heffingsambtenaar stelde dat de auto geparkeerd stond, wat werd ondersteund door foto's waarop de buitenspiegels ingeklapt waren, wat wijst op een uitgeschakelde motor.
De rechtbank oordeelde dat de motor bij de controle uit was en dat sprake was van parkeren in de zin van de Verordening. Omdat het opleggen van een naheffingsaanslag een objectieve belasting betreft, is geen belangenafweging vereist en is het evenredigheidsbeginsel niet geschonden. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard omdat de auto geparkeerd stond en parkeerbelasting verschuldigd was.