ECLI:NL:RBZWB:2022:2766
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor illegale prostitutie in woning ondanks betwisting huurder
Eiser is huurder van een woning waar illegale prostitutie werd geconstateerd. Het college legde hem een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, omdat prostitutieactiviteiten in strijd met het bestemmingsplan in de woning werden verricht.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij niet als overtreder kon worden aangemerkt omdat hij geen weet had van de activiteiten. De rechtbank oordeelde dat eiser als huurder verantwoordelijk is voor het gebruik van zijn woning en dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet wist of kon weten van de prostitutie. De aanwezigheid van een advertentie, de inrichting van de slaapkamer en de omstandigheden tijdens controle waren hiervoor doorslaggevend.
De rechtbank bevestigde dat het college bevoegd was om de last onder dwangsom op te leggen en dat het belang van handhaving tegen illegale prostitutie zwaarwegend is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de last onder dwangsom wegens illegale prostitutie in zijn woning wordt ongegrond verklaard.