ECLI:NL:RBZWB:2022:2805
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden bij inschrijving weigering
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst om hem niet in te schrijven op een bepaald adres. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en constateert dat eiser in het beroepschrift geen gronden van beroep heeft vermeld, zoals vereist volgens artikel 6:5 Awb Pro.
De rechtbank heeft eiser meerdere malen de gelegenheid gegeven om dit te herstellen, onder meer via een brief van 6 april 2022, maar eiser heeft geen beroepsgronden ingediend. Eiser gaf aan vanwege verblijf in het buitenland en ziekte niet in staat te zijn geweest tijdig de gronden in te dienen, maar dit werd niet als een geldige reden geaccepteerd.
De rechtbank benadrukt dat eiser meerdere uitstelverzoeken heeft gekregen en dat hij tijdig een derde had kunnen inschakelen om de beroepsgronden in te dienen. Ook had hij eerder vragen kunnen stellen over de onduidelijkheid van het ontbreken van gronden. De rechtbank acht het daarom onaannemelijk dat het ontbreken van beroepsgronden onduidelijk was.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 20 mei 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.