ECLI:NL:RBZWB:2022:2806

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 mei 2022
Publicatiedatum
23 mei 2022
Zaaknummer
AWB- 22_2317
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 7:10 AwbArt. 7:13 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen op Wob-bezwaarschrift

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 4 november 2021 inzake een aanvraag op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert, moest binnen een bepaalde termijn op dit bezwaar beslissen. Deze termijn was door de aanwezigheid van een adviescommissie verlengd tot twaalf weken, met een opschorting van enkele dagen en een latere verlening van zes weken.

Eiser stuurde op 12 april 2022 een ingebrekestelling aan verweerder om alsnog binnen twee weken te beslissen, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Volgens artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een ingebrekestelling pas worden gestuurd nadat de beslistermijn is verstreken. Hierdoor was het beroep van eiser niet-ontvankelijk.

De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit volgens artikel 8:54 Awb Pro niet nodig was. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande en griffier D. Alblas op 20 mei 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/2317

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2022 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser

(gemachtigde: mr. F. Bajrami),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert, verweerder

(gemachtigde: mr. .S.M. Schipper).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 15 december 2021 tegen het besluit van 4 november 2021 betreffende de aanvraag van 10 september 2021 als bedoeld in artikel 6 van Pro de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen.
Eiser heeft het bezwaarschrift tegen het besluit van 4 november 2021 ingediend op 15 december 2021. Verweerder moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn van zes weken voorbij is. Omdat er een adviescommissie is, geldt in dit geval een beslistermijn van twaalf weken. Dat staat in artikel 7:10 en Pro 7:13 van de Awb. Op grond van artikel 7:10, tweede lid, van de Awb is de termijn voor het nemen van het besluit opgeschort van 21 december 2021 tot en met 23 december 2021. Vervolgens heeft verweerder bij brief van 21 februari 2022 de beslistermijn op grond van artikel 7:10, derde lid, van de Awb verdaagd met zes weken. In dit geval eindigde de beslistermijn op 25 april 2022. Eiser heeft verweerder op 12 april 2022 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken.
Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 20 mei 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.