Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2022 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Bestreden besluit
Beroepsgronden
Wettelijk kader
Beoordeling
Conclusie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft het bestuur van een school overgenomen en verzocht om voorzieningen in de huisvesting, waaronder vervanging van kozijnen, functionele aanpassingen aan de kelder en het aanbrengen van personeelstoiletten. Het college van burgemeester en wethouders wees deze aanvragen af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank toetste het bestreden besluit aan het wettelijke kader van de Wet op het primair onderwijs en de gemeentelijke verordening. Deskundigenrapportages van een onafhankelijk bureau concludeerden dat de kozijnen geen constructiefouten vertoonden, dat het vocht in de kelder geen schade aan de constructie veroorzaakte en dat er voldoende toiletten aanwezig waren om aan de Arbo-eisen te voldoen.
Eiseres voerde aan dat de kozijnen kwalitatief ondermaats waren en dat de kelder vochtproblemen had die schade veroorzaakten, evenals dat personeelstoiletten ontbraken. De rechtbank oordeelde dat de rapportages en verklaringen van betrokken deskundigen en leveranciers de stellingen van eiseres niet ondersteunden en dat het college terecht de aanvragen had afgewezen.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van constructiefouten en dat de voorzieningen niet noodzakelijk waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van haar aanvragen voor voorzieningen in de huisvesting wordt bevestigd.