ECLI:NL:RBZWB:2022:2821
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onderzoeks- en motiveringsgebrek bij weigering Wajong-uitkering
Eiser, geboren in 2000, vroeg in oktober 2019 een Wajong-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd. Het bezwaar van eiser werd ongegrond verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. Eiser stelde dat het UWV onvoldoende en onzorgvuldig onderzoek had verricht, met name over zijn verstandelijke beperkingen en arbeidsvermogen.
De rechtbank constateerde dat het UWV zich baseerde op rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, die concludeerden dat eiser arbeidsvermogen heeft en taken zoals afwassen kan verrichten. Eiser betwistte dit en gaf aan meer begeleiding nodig te hebben dan een beschutte werkplek kan bieden. De rechtbank vond het standpunt van eiser deels aannemelijk, met name gezien zijn Wlz-indicatie en de toelichting van zijn begeleider.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit een onderzoeks- en motiveringsgebrek vertoont, omdat onvoldoende is onderzocht hoe eiser functioneerde tijdens stages, met name bij een gespecialiseerde organisatie. Het UWV krijgt zes weken de tijd om dit gebrek te herstellen door nadere informatie op te vragen. De rechtbank houdt verdere beslissing aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het UWV krijgt zes weken de gelegenheid het onderzoeks- en motiveringsgebrek te herstellen; verdere beslissing wordt aangehouden.