ECLI:NL:RBZWB:2022:2822
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande recreatiewoning voor kalenderjaar 2019
Belanghebbende, eigenaar van een vrijstaande recreatiewoning met zonnepanelen, betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €120.000,- voor het kalenderjaar 2019. De waardepeildatum was 1 januari 2018. Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was en pleitte voor een waarde van maximaal €90.000,-.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport en een matrix met vergelijkingsobjecten, allen gelegen op hetzelfde recreatiepark. De rechtbank oordeelde dat de vergelijkingsobjecten geschikt waren en dat met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceeloppervlakte voldoende rekening was gehouden. Ook werd geoordeeld dat vochtoverlast en ligging op veengrond onvoldoende reden waren om de waarde te verlagen.
Verder wees de rechtbank erop dat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld op basis van marktgegevens rond de waardepeildatum, waardoor stijgingen ten opzichte van voorgaande jaren niet doorslaggevend zijn. De stelling dat een vrijwel identieke woning een lagere WOZ-waarde had, werd verworpen omdat die woning niet binnen de relevante periode was verkocht.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde niet te hoog had vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €120.000,- wordt ongegrond verklaard.