Het UWV heeft aan eiser een WW-uitkering toegekend met ingang van 18 maart 2020 tot en met 17 juni 2020. Eiser gaf maandelijks zijn inkomsten door, waarbij hij voor juni 2020 €1.592,00 rapporteerde. Het UWV herzag het recht op uitkering over juni 2020 op grond van gegevens uit de polisadministratie van de werkgever, die later waren aangepast, en vorderde de teveel betaalde uitkering terug.
Eiser stelde dat het UWV een fout had gemaakt door de polisadministratie te gebruiken in plaats van zijn eigen opgave en dat hij was bevestigd dat de uitkering juist was berekend. Hij verzocht om vrijstelling van terugvordering wegens financiële problemen. De rechtbank oordeelde dat het UWV verplicht was tot herziening en terugvordering, ook bij een fout van het UWV, en dat eiser redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat correctie mogelijk was.
Financiële omstandigheden van eiser vormen geen dringende reden om van terugvordering af te zien, temeer daar een betalingsregeling van €60 per maand is overeengekomen. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.