Eiseres kreeg van het UWV een boete van €230,- opgelegd wegens het te laat doorgeven van een hersteldmelding van een werknemer. Het UWV stelde dat de melding pas op 15 december 2020 was ontvangen, terwijl de werkgever stelde dat zij deze al op 23 november 2020 per post had verzonden. Digitale indiening was niet mogelijk vanwege een onbekend LH-nummer na een overname.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres gegrond verklaard. Hoewel geen direct bewijs van verzending was overgelegd, vond de rechtbank de verklaringen van de gemachtigde geloofwaardig en achtte het van belang dat de melding ook op 15 december 2020 was ingediend, wat duidt op geen intentie tot verzwijging. Verder speelde mee dat de werkzaamheden door corona stillagen en dat er geen compensatie was ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV ten onrechte niet heeft gematigd of afgezien van boeteoplegging, mede gelet op een beleidsnotitie dat tot kort voor de melding geen boetes werden opgelegd vanwege corona. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waardoor eiseres geen boete hoeft te betalen. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.