Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 24 mei 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] (eiser), te [plaatsnaam] , gemachtigde: mr. M.J.M. van Rijsewijk,
Procesverloop
OverwegingenRelevante feiten en omstandigheden
"Beleid: start FT en co over 8 weken en daarna ip zn"in diens brief van 10 maart 2020 blijkt – anders dan eiser stelt – niet dat eiser pas na 8 weken mocht starten met fysiotherapie. De rechtbank merkt hierbij op dat eiser er zelf voor lijkt te hebben gekozen om geen fysiotherapie te volgen, nu hij tijdens de hoorzitting in de bezwaarfase op 5 augustus 2020 heeft verklaard dat hij geen fysiotherapie volgt omdat hij daar geen geld voor heeft en deze zorg niet in zijn zorgverzekeringspakket zit. Eiser beroept zich verder op een (mondelinge) uitspraak van dr. Van de Broek bij een recente controle in het ziekenhuis, inhoudende dat zijn knie onstabieler zou zijn geworden dan voor de ingreep. Deze uitspraak geeft geen aanleiding geeft voor de conclusie dat het UWV eisers beperkingen heeft onderschat, nu deze geen steun vindt in de beschikbare medische dossierstukken en bovendien niet lijkt te zien op de datum in geding.