Op 24 oktober 2021 werd een 86-jarige vrouw in haar woning overvallen door een man die sieraden stal onder geweld en bedreiging. Verdachte werd aangewezen als dader op basis van DNA-sporen op de trui van het slachtoffer, passend bij het scenario dat hij haar bij de arm greep. Verdachte ontkende en stelde alternatieve verklaringen voor het DNA, maar deze werden door de rechtbank als onaannemelijk verworpen.
De rechtbank oordeelde dat het DNA-bewijs overtuigend was en dat het signalement van verdachte goed overeenkwam met dat van het slachtoffer. De verdediging voerde aan dat het DNA onvoldoende was en dat indirecte overdracht mogelijk was, maar dit werd niet geaccepteerd. Verdachte werd schuldig bevonden aan diefstal met geweld en bedreiging.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn verslaving en recidiverisico. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met reclasseringstoezicht. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot schadevergoeding van €1.250,- aan het slachtoffer.