ECLI:NL:RBZWB:2022:3043
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen bezwaar
Belanghebbende stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar door de heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland. Na eerdere procedures stond vast dat de heffingsambtenaar opnieuw moest beslissen. Belanghebbende stelde de heffingsambtenaar echter prematuur in gebreke, namelijk voordat de wettelijke termijn van zes weken na het onherroepelijk worden van het hofarrest was verstreken.
De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling op 30 januari 2022 te vroeg was, aangezien de termijn pas op 24 februari 2022 afliep. Hierdoor was het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk. Een dwangsom werd niet toegekend, maar de heffingsambtenaar werd erop gewezen alsnog uitspraak op bezwaar te doen.
Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen omdat de redelijke termijn niet was overschreden. Vergoeding van griffierecht en proceskosten werd eveneens geweigerd vanwege de niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.