ECLI:NL:RBZWB:2022:3055

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 mei 2022
Publicatiedatum
7 juni 2022
Zaaknummer
C/02/397013 / JE RK 22-743
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige wegens aanhoudende ernstige zorgen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 20 mei 2022 besloten de machtiging tot opname en verblijf van een minderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlengen voor een periode van zes maanden. Deze beslissing volgt op eerdere machtigingen die sinds februari 2022 van kracht waren. De minderjarige vertoont ernstig zorgelijk gedrag, waaronder ongeremd seksueel gedrag en problemen met persoonlijke hygiëne, en heeft weinig vertrouwen in de begeleiders van de jeugdzorginstelling.

Tijdens de zitting zijn de minderjarige, haar moeder, de vertegenwoordiger van het college en de advocaat van de minderjarige gehoord. De minderjarige gaf aan het verblijf onaangenaam te vinden en geen hulp te willen, terwijl de gedragswetenschapper het verzoek tot verlenging steunde. De kinderrechter benadrukte het belang van diagnostisch onderzoek om de onderliggende problematiek beter te begrijpen en de juiste hulp te kunnen bieden.

De rechtbank concludeert dat de ernstige zorgen die ten tijde van de opname bestonden niet zijn weggenomen en dat verlenging noodzakelijk is om de ontwikkeling van de minderjarige zo min mogelijk te belemmeren en te voorkomen dat zij zich aan de noodzakelijke hulp onttrekt. Tevens wordt aanbevolen om een mentor aan te stellen die stabiliteit en steun kan bieden. De mogelijkheid om eerder naar een open groep of naar huis te gaan zal gedurende de verlengingsperiode worden geëvalueerd.

Uitkomst: De machtiging tot opname en verblijf in een gesloten jeugdhulpaccommodatie wordt verlengd voor zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummers: C/02/397013 / JE RK 22-743
Datum uitspraak: 20 mei 2022
beschikking van de kinderrechter over een verlenging van een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van

[naam]

, hierna te noemen: het college, zetelende te [plaats] ,
betreffende
[naam], geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[minderjarige] , voornoemd,

[naam] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende te [plaats] .
Aan [minderjarige] is als advocaat toegevoegd, mr. H. Goedegebure, te Middelburg.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 22 april 2022, ingekomen bij de griffie op 22 april 2022;
  • het emailbericht met bijlagen van de GI van 18 mei 2022.
Op 20 mei 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
  • de [minderjarige] , die ook apart is gehoord in het bijzijn van haar advocaat;
  • de moeder;
  • een vertegenwoordigster namens het college.

De feiten

De moeder heeft het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
Bij mondelinge beslissing, gegeven op 17 februari 2022 en schriftelijk vastgelegd bij beschikking van 18 februari 2022, is een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken, met ingang van 17 februari 2022 en tot 3 maart 2022.
Bij beschikking van 24 februari 2022 is een machtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en toe doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, met ingang van 24 februari 2022 en tot 24 mei 2022.
[minderjarige] woont bij de moeder, maar verblijft op grond van vorenstaande machtiging momenteel bij Via [de jeugdzorginstelling] te [plaats] .

Het verzoek

Het college verzoekt een machtiging om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.
De gedragswetenschapper, de heer [naam] , heeft ingestemd met het verzoek. Dit blijkt uit de verklaring van 25 april 2022.
De moeder stemt in met het verblijf van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp.

De standpunten

In haar gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] gezegd dat zij het niet fijn vindt op [de jeugdzorginstelling] . Daar is het alleen maar slechter gegaan. Ze kan het wel goed vinden met [naam] die op [de jeugdzorginstelling] als stagiair werkt, maar andere begeleidsters op [de jeugdzorginstelling] vertrouwt ze niet. [minderjarige] maakt zich verder geen zorgen over zichzelf en ze heeft ook geen hulp nodig. Ze wil in elk geval niet gesloten zitten op [de jeugdzorginstelling] .
Namens [minderjarige] heeft de advocaat zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verder heeft hij namens [minderjarige] nog aangevoerd dat het de goede kant op gaat met [minderjarige] , maar dat dit nog niet terug te zien is in de onderliggende stukken. Daar staan vooral incidenten vermeld. De advocaat heeft de zorgen ook besproken met [minderjarige] . De advocaat hoopt dat er bij [minderjarige] uiteindelijk inzicht zal ontstaan en ook dat er vanuit de hulpverlening inzicht in [minderjarige] zal ontstaan. Op het moment is ten aanzien van [minderjarige] nog geen diagnose gesteld en is nog niet de juiste hulp ingezet. Verder is namens [minderjarige] benadrukt dat bij toewijzen van het verzoek voor de verzochte duur ook binnen de periode van zes maanden bezien moet worden of [minderjarige] eventueel eerder naar een open groep kan gaan, niet pas na het verstrijken van de termijn.
Het college heeft zijn verzoek gehandhaafd. Namens het college is verklaard dat er verbetering te zien is bij [minderjarige] gedurende de afgelopen drie maanden op [de jeugdzorginstelling] . [minderjarige] draait meer mee op de groep, maar er is nog weinig vertrouwen van [minderjarige] in de mensen van [de jeugdzorginstelling] . Het college hoopt dat het vertrouwen verder gaat groeien en dat het beter gaat met [minderjarige] zodat ze uiteindelijk naar huis kan gaan. Het college verwacht dat dit nog veel tijd zal
kosten omdat de afgelopen drie maanden ook nodig waren om tot een start te komen. Als het beter gaat dan kan ook worden onderzocht of [minderjarige] naar een open groep kan gaan.

De beoordeling

De kinderrechter zal het verzoek van het college toewijzen en de machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlengen voor de duur van zes maanden. De kinderrechter neemt deze beslissing nadat hij het dossier heeft gelezen, met [minderjarige] en haar advocaat gesproken heeft en ook de toelichting van het college heeft gehoord. De kinderrechter komt tot de conclusie dat het verlengen van het gesloten verblijf van [minderjarige] in [de jeugdzorginstelling] nodig is om haar ontwikkeling naar de volwassenheid zo min mogelijk te belemmeren en te voorkomen dat [minderjarige] zich aan de noodzakelijke jeugdhulp onttrekt. De kinderechter stelt vast dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor deze gesloten plaatsing.
De kinderrechter overweegt dat [minderjarige] in [de jeugdzorginstelling] is opgenomen omdat er ernstige zorgen over haar bestonden. Deze zorgen zijn niet weggenomen. [minderjarige] heeft ook in [de jeugdzorginstelling] erg zorgelijk gedrag laten zien. Daarbij betreft het onder andere ongeremd gedrag op seksueel gebied en forse problemen met het onderhouden van persoonlijke hygiëne. [minderjarige] vindt het heel lastig om mee te werken aan de hulp die haar bij [de jeugdzorginstelling] geboden wordt en heeft geen vertrouwen in de mensen van [de jeugdzorginstelling] . De kinderrechter benadrukt dat het van belang is dat in de komende periode duidelijk wordt welke persoonlijke problematiek ervoor zorgt dat [minderjarige] zich gedraagt zoals zij doet. Daarvoor moet diagnostisch onderzoek plaatsvinden. De kinderrechter vraagt [minderjarige] om mee te werken aan dit onderzoek zodat zij daarna beter kan worden geholpen. Daarnaast is het belangrijk dat de behandeling op de groep blijft doorgaan. Verder wil de kinderrechter dat de mogelijkheid wordt onderzocht om [minderjarige] afzonderlijk van het traject bij [de jeugdzorginstelling] een mentor te bieden bij wie ze stabiliteit en steun kan ervaren. Ook is van belang dat het voor [de jeugdzorginstelling] in de komende periode duidelijk wordt wat [minderjarige] nodig heeft om zich positief te ontwikkelen. Als [minderjarige] op een positieve manier weet mee te werken dan hoopt de kinderrechter dat het zal lukken dat zij eerder dan de termijn van de gesloten plaatsing naar een open groep of naar huis kan gaan. De beoordeling daarvan laat de kinderrechter voor de komende zes maanden over aan [de jeugdzorginstelling] .
Dit leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing

De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden, met ingang van 24 mei 2022 en tot 24 december 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2022 door mr. B.J. Duinhof, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. I.L. Oude Weernink, griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 mei 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te
‘s-Hertogenbosch.