Belanghebbende diende een beroepschrift in tegen een uitspraak van de inspecteur, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard door de rechtbank wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.
Belanghebbende maakte vervolgens verzet tegen deze uitspraak, stellende dat de gemachtigde niet bevoegd was om beroep in te stellen, waardoor niet zonder meer kon worden aangenomen dat belanghebbende zelf verwijt treft.
De rechtbank oordeelt dat het niet buiten redelijke twijfel kan worden gesteld dat belanghebbende niet tijdig beroep heeft ingesteld, verklaart het verzet gegrond, vernietigt de bestreden uitspraak en zet het onderzoek voort.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op €189,75.
De uitspraak is gedaan door rechter M.H. van Schaik en griffier N. Plasman op 9 juni 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.