Eiser huurde vanaf 1 mei 2020 een woning, maar werd op 7 juli 2020 uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP) door het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal, nadat het college een melding had ontvangen dat eiser niet meer op het adres verbleef. Eiser voerde aan dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan en dat hij onrechtmatig de toegang tot de woning werd geweigerd, waardoor hij niet kon reageren op brieven.
De rechtbank beoordeelde of het beroep ontvankelijk was en concludeerde dat eiser geen procesbelang had, omdat hij feitelijk al enige maanden niet meer in de woning verbleef en de huurovereenkomst was beëindigd. Hierdoor kon eiser niet bereiken dat het besluit tot uitschrijving ongedaan werd gemaakt.
Ook was niet gesteld of gebleken dat eiser schade had geleden door het besluit. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.