De kinderrechter behandelde verzoeken van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en wijziging van de zorgregeling voor een minderjarige. De ouders hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag en de minderjarige woont bij de moeder. De GI trok het verzoek tot wijziging van de zorgregeling in vanwege de relatieve rust die is ontstaan door afspraken tussen de ouders.
De kinderrechter constateert dat hoewel de ouders onderling afspraken hebben gemaakt die voor meer rust lijken te zorgen, het onvoldoende duidelijk is dat deze afspraken op langere termijn de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige wegnemen. De positie en bevoegdheden van de GI en kinderrechter zijn wettelijk bepaald en niet afhankelijk van ouderlijke afspraken.
De kinderrechter wijst het verzoek tot wijziging van de zorgregeling af omdat het is ingetrokken. Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt toegewezen voor zes maanden, met een observerende rol voor de GI die blijft monitoren en ingrijpt bij toename van onveiligheid of ontwikkelingsbedreiging. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard in het belang van de minderjarige.