Eiser diende op 29 november 2020 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning om een hekwerk te plaatsen op het onverharde gedeelte van een zandpad tussen twee adressen te een plaats. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht weigerde de vergunning op 3 maart 2021 omdat het hekwerk niet past binnen de bestemming 'Verkeer – Zandpad' van het bestemmingsplan en omdat de weg openbaar is. Eiser maakte bezwaar tegen deze weigering, maar het college handhaafde het besluit op 2 juni 2021.
Tijdens de zitting op 6 mei 2022 stelde eiser dat de weg niet als openbaar kan worden beschouwd, verwijzend naar een schriftelijke verklaring van zijn vader uit 1993. De rechtbank stelde vast dat de weg op de wegenlegger van de gemeente voorkomt en dat beide partijen dit bevestigden. De openbaarheid van de weg is daarmee een gegeven en kan niet via deze procedure worden betwist.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond is omdat het college de vergunning op goede gronden heeft geweigerd. De openbaarheid van de weg en het bestemmingsplan vormen een rechtvaardiging voor de weigering. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 3 juni 2022.