ECLI:NL:RBZWB:2022:3122
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Dijkman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen verstekvonnis wegens deelbetaling bankbeslag als tenuitvoerlegging
In deze civiele bodemzaak stond centraal of een deelbetaling uit bankbeslag kan worden beschouwd als het moment waarop een verstekvonnis geacht wordt ten uitvoer te zijn gelegd, waardoor de termijn voor het instellen van verzet begint te lopen.
De kantonrechter oordeelde dat op 16 december 2021 een deelbetaling vanuit het bankbeslag was ontvangen door de opposant, en dat dit volgens artikel 144 lid Pro b Rv betekent dat het vonnis ten uitvoer is gelegd. Hoewel jurisprudentie hierover uiteenloopt, gaf de kantonrechter de voorkeur aan de uitleg dat ook een deelbetaling voldoende is om de verzettermijn te laten starten.
De opposant werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet tegen het verstekvonnis van 15 september 2021. De hoofdzaak werd niet inhoudelijk behandeld en de opposant werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Opposant is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet omdat een deelbetaling uit bankbeslag geldt als tenuitvoerlegging van het vonnis.