ECLI:NL:RBZWB:2022:3124
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Van ‘t Nedereind
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid eigenaar voor val tegen glazen wand in balieruimte afgewezen
In deze zaak klaagde verzoeker over letsel opgelopen door een val tegen een glazen wand in een balieruimte van een gebouw waarvan belanghebbende eigenaar is. Verzoeker vorderde vergoeding van zijn schade op grond van aansprakelijkheid voor opstallen volgens artikel 6:174 BW Pro.
De rechtbank heeft onderzocht of de opstal gebrekkig was, waarbij de maatstaf is of de opstal niet voldoet aan de eisen die men in de gegeven omstandigheden mag stellen, met het oog op het voorkomen van gevaar voor personen. De balieruimte is klein, met brede witte kozijnen die duidelijk maken dat het om een glazen wand gaat. Ook zonder sticker is volgens de rechtbank de opstal niet gebrekkig.
De rechtbank nam mee dat het niet relevant is of verzoeker de ruimte al kende, omdat ook voor een eerste bezoeker de ruimte niet gebrekkig is. Er is geen bewijs van eerdere vergelijkbare ongevallen. De aansprakelijkheid van belanghebbende wordt daarom afgewezen. De kosten van de deelgeschilprocedure worden op nihil begroot omdat onvoldoende is onderbouwd dat schade is geleden.
De mondelinge uitspraak werd gedaan door rechter Van ‘t Nedereind op 7 juni 2022 en is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De rechtbank wijst de aansprakelijkheidsvordering af omdat de glazen wand geen gebrekkige opstal is.