Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 16 juni 2021 en de daarin genoemde stukken,
- de conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie, tevens wijziging van eis in conventie, met producties 7 tot en met 16,
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 8 december 2021 en de daaraan gehechte pleitaantekeningen van mr. Leeman,
- de brief van 16 december 2021 van mr. Schellens-Stoks.
2.De feiten
Landgoed [naam landgoed] en landgoed [naam landgoed] Blijven onverdeeld.”
- Het is belangrijk dat mevrouw [naam zus] en de [naam stichting] vanavond tot een overeenkomst komen.
- Er blijft dan een onverdeeldheid met de heer [eiser] , [gedaagde 1] en de [naam stichting] .
“op hoofdlijnen de voorwaarden waaronder zij bereid zijn tot verkoop respectievelijk koop vastleggen”. In het document staat verder onder meer:
Indien het verzuim betrekking heeft op het meewerken aan de feitelijke en/of juridische levering dan wel op de voldoening van de koopsom zal de nalatige partij, naast de schadevergoeding als bedoeld in lid 2, een zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete ter grootte van tien procent van de totale koopsom met een minimum van € 1.000,00 (zegge: duizend euro) aan de wederpartij verschuldigd zijn, tenzij de niet of niet tijdige nakoming van de verplichting niet aan haar kan worden toegerekend.”
“uitsluitend voor het geval het in de samenwerking (…) niet goed zou gaan.”.
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
5.De beslissing
5 oktober 2022voor het nemen van een conclusie van dupliek in conventie, repliek in reconventie, door de [naam stichting] c.s., waarna [eiser] op de rol van zes weken daarna een conclusie van dupliek in reconventie kan nemen,