ECLI:NL:RBZWB:2022:3151

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 juni 2022
Publicatiedatum
9 juni 2022
Zaaknummer
AWB - 21 _ 289 tot en met 21_292
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 60 AWRArt. 9.6 Wet inkomstenbelasting 2001Art. 45aa Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoeken ambtshalve vermindering aanslagen inkomstenbelasting en Zvw 2014 wegens termijnoverschrijding

Belanghebbenden hebben verzoeken om ambtshalve vermindering van hun aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over het jaar 2014 ingediend. Deze verzoeken werden door de inspecteur afgewezen omdat zij na de wettelijke termijn van vijf jaar waren ingediend.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de verzoeken op 2 januari 2020 bij de inspecteur zijn ontvangen, terwijl de termijn voor het indienen van dergelijke verzoeken voor het jaar 2014 op 31 december 2019 was verstreken. De rechtbank merkt op dat de regeling van artikel 6:9, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht hier niet van toepassing is vanwege artikel 60 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Belanghebbenden hebben geen feiten of omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel is niet gemotiveerd en faalt. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond wegens overschrijding van de vijfjaarstermijn voor verzoeken om ambtshalve vermindering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummers BRE 21/289 tot en met 21/292
uitspraak van 22 juni 2022
Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende 1] (de man) en [belanghebbende 2] (de vrouw), beiden wonende te [woonplaats] ,
belanghebbenden,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.
De bestreden uitspraken op bezwaar
De uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 8 december 2020 op de bezwaren van:
  • de man tegen de beslissingen van de inspecteur op de verzoeken om ambtshalve vermindering betreffende de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) voor het jaar 2014 (aanslagnummers respectievelijk [aanslagnummer 1] H.46.01 en [aanslagnummer 1] W.46.01.4);
  • de vrouw tegen de beslissingen van de inspecteur op de verzoeken om ambtshalve vermindering betreffende de aanslagen IB/PVV en Zvw voor het jaar 2014 (aanslagnummers respectievelijk [aanslagnummer 2] .H.46.01 en [aanslagnummer 2] .W.46.01.4).
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 mei 2022 te Roermond.
Aldaar zijn verschenen en gehoord, namens de inspecteur, [inspecteur] en [inspecteur] .
De gemachtigde van belanghebbenden is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 17 maart 2022 aan MD Advies t.a.v. R.A.A. van de Mortel op het adres Oude Bakelseweg 32 te Deurne, onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De gemachtigde is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 18 maart 2022 aan de gemachtigde op genoemd adres is uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden.

1.Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

2.Gronden

Feiten
2.1.
Aan belanghebbenden zijn met dagtekening 20 november 2015 en 28 december 2015 ambtshalve de aanslagen IB/PVV en Zvw 2014 opgelegd.
2.2.
De verzoeken om ambtshalve vermindering van de aanslagen van belanghebbenden zijn op 2 januari 2020 ontvangen door de inspecteur. De inspecteur heeft de verzoeken afgewezen omdat de verzoeken te laat zijn gedaan.
2.3.
Bij uitspraak op bezwaar heeft de inspecteur zijn beslissingen gehandhaafd.
Geschil
2.4.
In geschil is of de verzoeken om ambtshalve vermindering van de aanslagen IB/PVV en Zvw 2014 terecht zijn afgewezen.
Verzoeken om ambtshalve vermindering
2.5.
Voor het indienen van een verzoek om ambtshalve vermindering van een aanslag geldt een termijn van vijf jaren. [1] Die termijn eindigde voor het jaar 2014 op 31 december 2019. De verzoeken om ambtshalve vermindering van de aanslagen van belanghebbenden zijn na het einde van die termijn op 2 januari 2020 ontvangen door de inspecteur. De rechtbank merkt daarbij op dat dat de regeling van artikel 6:9, tweede lid van de Awb hier niet van toepassing is gelet op artikel 60 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Dit betekent als uitgangpunt dat de inspecteur terecht de verzoeken heeft afgewezen wegens het overschrijden van de termijn. Dat zou anders zijn indien – kort gezegd – de overschrijding van de vijfjaarstermijn ‘verschoonbaar’ is. [2] Daartoe hebben belanghebbenden echter niets aangevoerd. Er zijn aan de rechtbank ook geen feiten of omstandigheden bekend geworden die de termijnoverschrijding anderszins verschoonbaar maken. De inspecteur heeft dan terecht de verzoeken afgewezen.
Gelijkheidsbeginsel
2.6.
Belanghebbenden doen een beroep op het gelijkheidsbeginsel. De stelplicht en bewijslast in dat kader rust op belanghebbenden. Nu belanghebbenden deze stelling op geen enkele wijze hebben gemotiveerd, slaagt het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet.
Conclusie
2.7.
Gelet op het vorenstaande zijn de beroepen ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Krishnapillai, griffier, op 22 juni 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.
Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.

Voetnoten

1.Artikel 9.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in samenhang met artikel 45aa van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.
2.Artikel 6:11 van Pro de Awb in samenhang met artikel 60 van Pro de AWR.