ECLI:NL:RBZWB:2022:3237
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tijdigheid bezwaarschrift
Verzoekster diende bezwaar in tegen een terugvordering van dubbel betaalde Ziektewet- en Toeslaguitkeringen over de periode van augustus tot november 2020. Verweerder verklaarde het bezwaar aanvankelijk niet-ontvankelijk wegens te late indiening. Na beroep trok verweerder dit besluit in en verklaarde het bezwaar alsnog tijdig en ongegrond.
Naar aanleiding van de intrekking van het beroep verzocht verzoekster om vergoeding van proceskosten. Verweerder stemde hiermee in. De rechtbank oordeelde dat verweerder gedeeltelijk aan het beroep tegemoet was gekomen en wees het verzoek tot proceskostenveroordeling toe.
De proceskosten werden vastgesteld op €759,- voor de beroepsmatige rechtsbijstand. Kosten van de bezwaarprocedure werden niet vergoed omdat het bezwaar ongegrond bleef. Verzoekster wordt geadviseerd het griffierecht rechtstreeks bij verweerder te verhalen.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €759,- aan proceskosten aan verzoekster.