ECLI:NL:RBZWB:2022:3265
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens geschiktheid voor maatmanfunctie bevestigd
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar per 28 juli 2020 geen WIA-uitkering toe te kennen. De kern van het geschil betreft de vraag of eiseres volledig of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is en daarmee recht heeft op een WIA-uitkering.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen van het UWV concludeerde dat eiseres geschikt is voor fysiek licht werk en geen aanvullende beperkingen heeft die haar ongeschikt maken voor de maatmanfunctie. Eiseres stelde dat haar psychische klachten onvoldoende waren onderzocht en dat zij niet is gezien door een verzekeringsarts, maar de rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, mede gezien de covid-19 omstandigheden en het feit dat eiseres niet wilde deelnemen aan een hoorzitting.
De arbeidsdeskundige bevestigde dat eiseres geschikt is voor de maatmanfunctie. De rechtbank volgt deze beoordeling en concludeert dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiseres geschikt is voor de maatmanfunctie.