Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten;
hefthet bevel voorlopige hechtenis
op.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 29 mei 2021 werd een handgranaat achtergelaten bij een bedrijf in Breda, waarna verdachte werd verdacht van bedreiging en het voorhanden hebben van de handgranaat. De officier van justitie baseerde zich vooral op een DNA-match van verdachte op de folie om de handgranaat en andere aanwijzingen zoals een telefoonsignaal en een algemeen signalement.
De verdediging betoogde dat de DNA-match op bronniveau geen bewijs is voor betrokkenheid en dat er geen ander bewijs was. De rechtbank oordeelde dat hoewel de DNA-match een sterke aanwijzing is, niet kan worden vastgesteld wanneer en hoe het DNA op de folie is gekomen. Andere omstandigheden, zoals het telefoonsignaal en het signalement, waren te algemeen en onvoldoende specifiek.
Daarnaast wees spraakonderzoek uit dat de 112-melding waarschijnlijk door iemand anders dan verdachte is gedaan. De rechtbank concludeerde dat de bewijslast niet werd gehaald en sprak verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor bedreiging en bezit van de handgranaat.