Eiser, een zelfstandig ondernemer werkzaam als artiest, verzocht om een Tozo-uitkering voor de periode juli-september 2021. Werkplein Hart van West-Brabant wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een inkomensachteruitgang of omzetverlies als gevolg van de coronacrisis, en omdat eiser niet voldeed aan het urencriterium.
Eiser betoogde dat hij wel degelijk financiële problemen had door de coronacrisis en dat hij aan het urencriterium voldeed, onder meer omdat hij een startende artiest is die investeringen moet doen en door de crisis geen optredens kon verzorgen. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn financiële situatie door de coronacrisis was verslechterd, mede omdat uit belastingaangiften bleek dat hij ook vóór de crisis al een laag inkomen had.
Daarnaast kon eiser niet aantonen dat hij minimaal 1.225 uur per jaar aan zijn onderneming besteedde. Ook was onduidelijkheid over de financiële situatie door stortingen van derden op zijn bankrekening. De rechtbank concludeerde dat Werkplein terecht de uitkering had geweigerd en verklaarde het beroep ongegrond.