ECLI:NL:RBZWB:2022:3303
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen vergunning voor plaatsing van vier windturbines langs rijksweg A50
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Infrastructuur en Waterstaat om vergunning te verlenen voor het plaatsen van vier windturbines langs de rijksweg A50. Zij stelden onder meer dat vergunninghoudster geen belanghebbende is en dat de vergunning onrechtmatig is vanwege ontbrekende vergunningen en technische ontheffingen.
De rechtbank oordeelt dat vergunninghoudster wel degelijk belanghebbende is bij de aanvraag, ook al is zij niet eigenaar van de gronden, omdat toestemming van grondeigenaren kan worden verkregen en privaatrechtelijke belemmeringen geen grond vormen voor weigering van de vergunning. Daarnaast leidt het ontbreken van aanvullende vergunningen niet tot het ontbreken van belang.
Verder is onderzocht of de plaatsing van met name windturbine 2 een onaanvaardbaar risico voor de verkeersveiligheid oplevert. Uit een deskundig aanvullend onderzoek blijkt dat dit niet het geval is, ondanks bezwaren van eiseressen over zichtbelemmering van hun reclamemast. De rechtbank acht de belangen van eiseressen niet beschermd onder het verbrede belangenkader van de Wbr en wijst hun beroep af.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor de vier windturbines wordt ongegrond verklaard.