ECLI:NL:RBZWB:2022:3311
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring rechtbank wegens ontbreken van een aanvraag Participatiewet-uitkering
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het vermeende niet tijdig beslissen op zijn aanvragen om een uitkering op grond van de Participatiewet, gedateerd 1 november 2021, 10 december 2021 en januari 2022.
De rechtbank onderzoekt eerst of sprake is van een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De aanvraag van 1 november 2021 is niet overgelegd en ook niet anderszins vastgesteld. De brieven van 10 december 2021 en 12 januari 2022 verwijzen naar eerdere aanvragen maar worden niet als zelfstandige aanvragen aangemerkt. Eerdere procedures toonden aan dat eerdere aanvragen niet als zodanig konden worden aangemerkt of terecht buiten behandeling zijn gesteld.
Omdat geen geldige aanvraag is vastgesteld, zijn er geen wettelijke beslistermijnen gaan lopen en is er geen sprake van niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
De rechtbank wijst erop dat eiser meerdere malen is geïnformeerd over de procedure voor het aanvragen van een uitkering en dat hij hulp kan inschakelen bij het indienen van een aanvraag. Tevens is eiser vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd omdat geen geldige aanvraag is ingediend, waardoor geen besluittermijn is geschonden.