ECLI:NL:RBZWB:2022:3315
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de Belastingdienst niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 6 april 2021 tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 13 april 2022 in gebreke heeft gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Gezien het grote aantal verzoeken om herbeoordeling acht de rechtbank deze termijn redelijk. Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000.
Verder wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 50 en een proceskostenvergoeding van € 379,50 aan eiseres, gebaseerd op een lichte wegingsfactor en de inzet van een gemachtigde. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het landelijke beleid betreffende de dwangsom.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van twaalf weken op voor besluitvorming en een dwangsom van € 100 per dag bij overschrijding.