ECLI:NL:RBZWB:2022:3316
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst op zijn verzoek van 4 januari 2021 tot herbeoordeling van zijn situatie betreffende de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiser de Belastingdienst op 11 februari 2022 in gebreke heeft gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst binnen tien weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, waarbij een dwangsom van € 100,- per dag wordt opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-. De Belastingdienst had verzocht om een langere termijn van twaalf weken vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de integrale herbeoordeling.
De rechtbank weegt het belang van een zorgvuldige behandeling af tegen het belang van een tijdige beslissing en acht tien weken een redelijke termijn. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht van € 50,- en proceskosten van € 379,50 voor juridische bijstand. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van tien weken op voor besluitvorming en een dwangsom bij overschrijding, en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.