Eiser, werkzaam als plafond- en wandenmonteur, raakte arbeidsongeschikt na een bedrijfsongeval op 30 oktober 2017. Het UWV weigerde aanvankelijk een WIA-uitkering toe te kennen, waarna na bezwaar een gedeeltelijke toekenning volgde met een arbeidsongeschiktheid van 36,40%, later bij verweerschrift verhoogd naar 47,37%.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk is omdat dit besluit is herroepen door het gewijzigde besluit. De medische beoordeling, gebaseerd op rapportages van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige, is zorgvuldig uitgevoerd en houdt rekening met zowel fysieke als psychische klachten, waarbij de rechtbank het oordeel van de verzekeringsarts b&b volgt dat er geen aanwijzingen zijn voor beperkingen door psychische klachten op de datum in geschil.
De arbeidsdeskundige selecteerde drie functies die passend zijn geacht binnen de beperkingen van eiser. De rechtbank concludeert dat deze functies medisch passend zijn en dat de belastbaarheid niet wordt overschreden. De mate van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld op 47,37%. Het beroep tegen het gewijzigde besluit wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.