ECLI:NL:RBZWB:2022:332
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na gedeeltelijke toewijzing bezwaar tegen bestuurlijke boete meststoffen
Verzoekster kreeg op 19 december 2018 een boete van €27.074,- opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen en fosfaatgebruiksnorm in 2016, en een boete van €300,- voor het niet bijhouden van een inzichtelijke administratie.
Het bezwaar tegen deze boetes werd op 6 december 2019 ongegrond verklaard. Verzoekster stelde beroep in. Op 9 september 2021 herzag verweerder het besluit en schrapte de boete van €27.074,-, maar handhaafde de boete van €300,-.
Naar aanleiding hiervan trok verzoekster het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat verweerder gedeeltelijk aan het beroep tegemoet was gekomen en veroordeelde verweerder tot vergoeding van €759,- aan proceskosten voor de beroepsfase. Verweerder moet ook het griffierecht van €354,- vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door rechter Van de Sande op 25 januari 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van €759,- aan proceskosten na gedeeltelijke toewijzing van het beroep.