ECLI:NL:RBZWB:2022:3323
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing vergoeding griffierecht na intrekking beroep tegen RDW-besluit
Opposant stelde beroep in tegen een besluit van de RDW waarin zijn bezwaar tegen de weigering van een vervangende kentekencard en tenaamstellingscode voor een aanhangwagen ongegrond werd verklaard. Na afgifte van een nieuw kenteken trok opposant het beroep in met het verzoek om vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De rechtbank wees dit verzoek af, waarna opposant verzet instelde tegen deze afwijzing, specifiek gericht op de vergoeding van het griffierecht. De verzetrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb bij intrekking van het beroep vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan het griffierecht wordt vergoed, maar dat de beoordeling of er sprake is van tegemoetkoming niet aan de rechter is.
De verzetrechter vond geen aanleiding de eerdere uitspraak te wijzigen en bevestigde dat het verzoek tot vergoeding van het griffierecht terecht werd afgewezen. Het verzet werd ongegrond verklaard en de uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de afwijzing van het verzoek tot vergoeding van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.