ECLI:NL:RBZWB:2022:3337
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke beëindiging van TBS-maatregel met verpleging bij illegale vreemdeling
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) van betrokkene, een illegale vreemdeling die verblijft in een TBS-kliniek. Na eerdere tussenbeslissingen en rapporten van de reclassering bleek dat betrokkene geen persoonlijkheidsstoornis meer heeft en het recidiverisico laag is, maar dat de vreemdelingenrechtelijke status een reguliere resocialisatie belemmert.
De reclassering adviseerde geen voorwaardelijke beëindiging van de verpleging vanwege het ontbreken van financiering en de vreemdelingenrechtelijke status, terwijl de officier van justitie verlenging van de TBS met verpleging vorderde. De verdediging verzocht primair om aanhouding en subsidiair om voorwaardelijke beëindiging met eigen voorwaarden.
De rechtbank oordeelde dat verlenging met verpleging in strijd zou zijn met artikelen 5 en 14 EVRM vanwege de uitzichtloze situatie en het ontbreken van stoornis. De vreemdelingenrechtelijke status mag geen belemmering zijn voor noodzakelijke bewegingsvrijheden en resocialisatie. Omdat de reclassering geen voorwaarden formuleerde, stelde de rechtbank zelf voorwaarden, waaronder plaatsing op een Forensisch Psychiatrisch Afdeling (FPA) en toezicht door de reclassering.
De rechtbank verlengde de TBS-maatregel met een jaar, beëindigde de verpleging van overheidswege voorwaardelijk en legde voorwaarden op om de rechten van betrokkene te waarborgen en een humane resocialisatie mogelijk te maken.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de TBS-maatregel met een jaar en beëindigt de verpleging van overheidswege voorwaardelijk met voorwaarden en toezicht.