Verzoeker heeft op 30 maart 2022 een bijstandsaanvraag ingediend bij Orionis. Orionis heeft hem verzocht om vóór 13 april 2022 diverse stukken aan te leveren, waaronder een transactieoverzicht van zijn Paypal-account en verklaringen over het gebruik van een voertuig als verblijfplaats. Verzoeker heeft niet aan deze verzoeken voldaan binnen de gestelde termijn, hoewel hij op 12 april 2022 een document met antwoorden heeft ingeleverd.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de gevraagde gegevens essentieel zijn voor de beoordeling van de aanvraag, conform vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep. De aanvraag is daarom terecht op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling gesteld.
Verzoeker heeft aangevoerd dat hij de gevraagde gegevens wel heeft verstrekt en dat bepaalde informatie niet relevant is, maar dit wordt door de voorzieningenrechter niet gevolgd. Ook de na het besluit overgelegde stukken kunnen geen betekenis krijgen.
De voorzieningenrechter concludeert dat Orionis bevoegd was het besluit te nemen en dat het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.