ECLI:NL:RBZWB:2022:3434
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen vaststelling WOZ-waarde niet tijdig ingediend
De heffingsambtenaar van de gemeente heeft bij beschikking van 29 februari 2020 de WOZ-waarde van de woning vastgesteld. Belanghebbende diende een bezwaarschrift in dat door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege te late indiening. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk ongegrond is. Volgens de Algemene wet bestuursrecht geldt een termijn van zes weken voor het indienen van een bezwaarschrift, die begint op de dag na de dagtekening van de beschikking, tenzij de verzending later plaatsvond. Het bezwaarschrift werd ontvangen op 24 februari 2021, ruim na het verstrijken van de termijn die op 11 april 2020 zou zijn geëindigd.
Belanghebbende heeft geen verontschuldiging gegeven voor de termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade af omdat minder dan 24 maanden zijn verstreken sinds de indiening van het bezwaar. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt afgewezen wegens te late indiening.