ECLI:NL:RBZWB:2022:3436

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 juni 2022
Publicatiedatum
24 juni 2022
Zaaknummer
BRE-22_812
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 26 Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 231 Gemeentewet
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep naheffingsaanslag parkeerbelasting en onbevoegdheid bestuursrechter

Belanghebbenden dienden meerdere brieven in bij de rechtbank met klachten over het verdwijnen van een invalideparkeerplaats, parkeerkosten en beslaglegging op pensioen. De rechtbank vroeg om duidelijkheid over het besluit waartegen bezwaar werd gemaakt, maar belanghebbenden reageerden niet.

De rechtbank oordeelde dat voor zover het beroep ziet op een wijziging van de invalideparkeerplaats en beslaglegging op pensioen, de bestuursrechter niet bevoegd is omdat er geen voor bezwaar vatbare beschikking is. Dit betekent dat dergelijke geschillen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd.

Voor het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is het griffierecht van €50 niet betaald ondanks meerdere aanmaningen. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en wijst het beroep af vanwege onbevoegdheid en niet-ontvankelijkheid. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht en de rechtbank is onbevoegd voor overige klachten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 22/812
uitspraak van 24 juni 2022
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats],
[belanghebbende], wonende te [woonplaats],
belanghebbenden,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg,
de heffingsambtenaar.

1.Motivering

Belanghebbenden hebben drie brieven ingediend die zijn binnengekomen bij de afdeling civielrecht en hebben de brieven doorgezonden naar de afdeling belastingrecht, omdat deze bevoegd zou zijn.
Belanghebbenden maken meldingen over onder andere het verdwijnen van de invalide parkeerplaats, (hoogte) parkeerkosten en beslaglegging op pensioen. Als bijlage is een brief van de heffingsambtenaar bijgevoegd waarin de heffingsambtenaar aangeeft dat het niet duidelijk is waar belanghebbenden tegen op komen en of er al sprake is van een besluit waartegen bezwaar openstaat. Daarbij zijn belanghebbenden in de gelegenheid gesteld daar duidelijkheid over te geven.
De griffier van de rechtbank heeft belanghebbenden verzocht om besluit(en) te overleggen waar zij het niet mee eens zijn en daarbij ook de gronden van het beroep. Hier heeft belanghebbende niet op gereageerd.
Voor zover het beroep ziet op een wijziging van een invalideparkeerplaats en de bijbehorende kosten en een beslaglegging op pensioen is de (fiscale) bestuursrechter niet bevoegd. Er is hier namelijk niet gebleken van ‘een voor bezwaar vatbare beschikking’. [1] Een beschikking is alleen ‘een voor bezwaar vatbare beschikking’ als die beschikking in een belastingwet ook zo is aangemerkt. Dit ‘gesloten stelsel van rechtsbescherming’ kan dus meebrengen dat tegen een beschikking geen bezwaar bij de inspecteur en beroep bij de belastingrechter mogelijk is; wel kan een geschil daarover aan de civiele rechter worden voorgelegd. [2]
Voor zover het beroep ziet op een naheffingsaanslag parkeerbelasting zijn belanghebbenden griffierecht verschuldigd van € 50,00. De griffier heeft belanghebbenden daarover schriftelijk geïnformeerd.
De griffier heeft belanghebbenden in een aangetekende brief van 14 maart 2022 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

2.Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het gericht is tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting;
- verklaart zich voor het overige onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 24 juni 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 26 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in verbinding met artikel 231 van Pro de Gemeentewet.
2.Zie bijvoorbeeld het arrest van de Hoge Raad met nummer ECLI:NL:HR:2018:505 (te vinden op rechtspraak.nl).