ECLI:NL:RBZWB:2022:3442
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens onjuiste procedure en niet-ontvankelijkheid beroep
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2012 en 2013. De aanslag 2012 was niet op juiste wijze bekendgemaakt, waardoor de bezwaartermijn niet was gestart. Desondanks werd door belanghebbende prematuur bezwaar gemaakt en volgde een tweede uitspraak op bezwaar die de rechtbank vernietigt wegens strijd met het wettelijke systeem.
Voor de aanslag 2013 liep de bezwaartermijn correct, maar belanghebbende diende het bezwaar te laat in. De rechtbank oordeelt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, ondanks omstandigheden in het buitenland en onduidelijkheden rondom de accountant.
Daarnaast behandelde de inspecteur een brief van belanghebbende als verzoek om ambtshalve vermindering, dat werd afgewezen wegens overschrijding van de vijfjaarstermijn. De rechtbank stelt dat het beroep tegen deze afwijzing kennelijk niet-ontvankelijk is omdat de bezwaarfase niet is doorlopen en draagt de stukken terug aan de inspecteur voor behandeling als bezwaar.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor zover het ziet op de vernietiging van de tweede uitspraak op bezwaar, verklaart de overige beroepen niet-ontvankelijk, en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de tweede uitspraak op bezwaar en verklaart de overige beroepen niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare redenen.