ECLI:NL:RBZWB:2022:3476
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar teruggaaf BPM wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft een verzoek tot teruggaaf van BPM ingediend wegens export van een auto, maar dit verzoek werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet binnen de wettelijke termijn van dertien weken na beëindiging van de registratie was ingediend.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar ook dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. De rechtbank bevestigt deze niet-ontvankelijkverklaring, omdat het bezwaar te laat werd ontvangen en belanghebbende geen verschoonbare omstandigheden heeft aangevoerd.
Daarnaast was het eerste ingediende bezwaarschrift ondertekend door een persoon die niet bevoegd was om namens belanghebbende op te treden, waardoor dit bezwaar terecht niet in behandeling werd genomen.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht heeft afgezien van het horen van belanghebbende voorafgaand aan de niet-ontvankelijkverklaring, en wijst het beroep op vergoeding van immateriële schade af, verwijzend naar de civiele rechter.
Ten slotte wordt het beroep ongegrond verklaard en krijgt belanghebbende het griffierecht niet terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek tot teruggaaf BPM wordt bevestigd.