Eiseres heeft beroep ingesteld omdat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen het besluit tot handhaving van een bouwstop en last onder dwangsom. Het bezwaar was ingediend op 15 november 2021, waarna de beslistermijn met twaalf weken gold vanwege de betrokkenheid van een adviescommissie. De rechtbank constateert dat het college niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en ook niet tijdig een geldige verdaging heeft aangekondigd.
De rechtbank heeft het college meerdere malen verzocht om stukken en een verweerschrift, maar hierop geen reactie ontvangen. De ingebrekestelling van 3 maart 2022 is gevolgd door het verstrijken van de beslistermijn zonder besluit. De rechtbank stelt vast dat het college het maximale bedrag aan dwangsommen van €1.442,- heeft verbeurd en legt dit bedrag op.
Daarnaast wordt het college opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Het college wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht van €365,- en proceskosten van €379,50, gezien het lichte karakter van de zaak en de inzet van een gemachtigde.