ECLI:NL:RBZWB:2022:3525
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep WIA-uitkering
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen de hoogte van haar WIA-uitkering, specifiek over de berekening van het dagloon waarbij inkomsten als alfahulp niet waren meegenomen. Na het bestreden besluit heeft verweerder het besluit gewijzigd en de inkomsten alsnog meegenomen, waarop verzoekster haar beroep introk.
De rechtbank beoordeelde het verzoek tot proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a Awb, omdat het beroep was ingetrokken vanwege gedeeltelijke tegemoetkoming. Verzoekster had tijdens de bezwaarfase geen proceskostenvergoeding gevraagd, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de beroepsfase.
De rechtbank achtte het verzoek kennelijk gegrond en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €759,-, gebaseerd op de kosten van rechtsbijstand. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €50,- door verweerder vergoed moet worden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot verweerder moet wenden.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster van €759,-.